Stichting Perfect Fungi Europe - P.O. Box 416 - 6700 AK - Wageningen - The
Netherlands
Overgenomen uit:
    Hans Moll (1995). 'De gedienstigheid van
    een blauwe paddestoel', NRC Handelsblad, 1
    mei 1995.
DE GEDIENSTIGHEID VAN EEN BLAUWE PADDESTOEL
Lichtgevende vliegenzwammen bij de toonbank, plastic
'kaalkopjes' in de etalage, boleten geschilderd op doek.
Conscious Dreams toont de bezoeker paddestoelen zoals de kerk
afbeeldingen van kruisen. Als eerste in Nederland gaat de
Amsterdamse galerie annex 'smart drugs' winkel nu ook
'bouwpakketten' voor psychedelische paddestoelen verkopen.
In de handleiding voor thuiskwekers staat dat de
Psilocybe cubensis net als de vliegenzwam met een 'felrode
hoed met witte stippen' "in vele delen van de wereld als
heilig wordt beschouwd". Achterin de winkel zit de
verantwoordelijke kabouter spillebeen. Hij kweekt al jaren
geestverruimende paddestoelen en spreekt erover als een ware
gourmet. Aanvankelijk leverde hij zijn volgroeide produkten
aan de droomwinkel. Nu heeft hij samen met galerie- eigenaar
Hans van der Hurk een bouwpakket samengesteld voor de
thuiskweker. Of beter een 'grow-it-yourself-kit', want de
kweker is Brit.
    "just call me C.", zegt hij. De verkoop van de 'magische
paddestoel' is weliswaar wettelijk niet verboden, alleen een
aantal 'psychotrope' stoffen in de paddestoel staan op de
lijst van verboden stoffen, maar toch houdt de politie
Conscious Dreams nauwlettend in de gaten. Er is al een keer
een inval gedaan waarbij vooral 'kaalkopjes' zijn meegenomen.
Vandaar liever geen naam.
    Naast de computer waarop kleurige fractals draaien staat
een melkfles met beschimmelde inhoud, de brandkast van de
cubensis. De voedingsbodem waar het broedmycelium overheen
ligt bestaat uit roggekorrels. Voordat de rogge het
veelbelovende broedsel biedt moet eerst een petrischaaltje
zijn geinoculeerd met sporen. Al met al wordt een zware wissel
getrokken op het geduld en de nauwkeurigheid van de
thuiskweker. De kweek van 'magic mushrooms' is dan ook geen
snelle manier om rijk te worden, maar wel een 'fun- way', zegt
C. Nu al zijn er veel thuiskwekers, aldus C., die spreekt van
een tijdelijk overaanbod aan cubensis. Maar de markt voor deze
'Mexicaanse' paddestoel is nog lang niet verzadigd, zegt hij.
    Hij verwacht dat vooral mensen uit de hennepkweek zijn
kweekkistjes zullen kopen. Die kennen de zorg en het kweken en
de bevrediging van het oogsten. Wie eenmaal bij machte is de
cubensis te kweken zal volgens C. ook in staat zijn de meest
exquise paddestoelen te kweken. "Je gaat van de paddestoel
houden." C. kent mensen die na de cubensis zijn overgestapt op
de shii-take en andere luxe consumptiezwammen. De cubensis is
uitdrukkelijk niet bedoeld voor de keuken, maar voor 'de
ontdekkingsreis terug naar het organisch punt van evenwicht',
aldus de kweekhandleiding.
    Bij die reis naar "een wereld voorbij de onze, waar
alles
al is gebeurd en waar alles bekend is", is de cubensis 'een
van de vele bondgenoten', aldus de handleiding. De paddestoel
wordt verder 'gedienstig, niet verslavend, zachtaardig en
liefdevol' genoemd. Dat de paddestoel ronduit smerig smaakt
staat er niet bij. "People don't eat it for the taste", zegt
C. Hij adviseert de paddestoelen in een blender met
sinaasappelsap te mengen. Ook kan er thee van worden
getrokken.
    Wanneer ik C. voorhoud dat de cubensis snel vergaat,
kijkt hij vreemd op. "Ik heb een keer van die Mexicaanse
paddestoelen gekocht en in de ijskast gedaan", zeg ik "maar
een dag later wees mijn vriendin me erop dat de paddestoelen
al blauw waren uitgeslagen. Op haar advies heb ik ze toen
allemaal maar weggegooid." C. slaat zich met de vlakke hand op
zijn voorhoofd. "throw her away instead of the mushrooms",
roept hij, "blauw betekent juist dat ze goed zijn." Uit de
berg paddestoelen die achter hem liggen zoekt hij speciaal
voor mij de meest blauw uitgeslagen exemplaren uit. In de
bijsluiter die hij meegeeft staat dat de paddestoelen voor
maximaal effect beter op de nuchtere maag kunnen worden
gegeten. Een joint zou er goed bij passen.
    Mijn vrienden, die die avond langskomen hebben allen de
jaren zestig meegemaakt. Onbeschroomd knabbelt Jaap samen met
mij een paddestoel op. Peter en Henk zien welwillend toe maar
raken de op penisjes gelijkende zwammen niet aan. "IK heb twee
jaar in Amsterdam stoned doorgebracht", zegt Peter. Voor hem
was dat genoeg. Henk heeft zijn studie voornamelijk op
amfetamine doorlopen.
    In het restaurant om de hoek merk ik dat ik ondanks de
ernst van sommige onderwerpen de slappe lach niet kan
onderdrukken. De tranen lopen langs mijn gezicht wanneer de
toekomst van het shagroken wordt besproken. Ook over het
gezicht van Jaap glijdt zo nu en dan een misplaatste grijns.
Dit is werkelijk een fantastisch genotmiddel, bedenk ik. Er
verschijnt een joint op tafel die met toestemming van de
restauranthouder mag worden opgerookt. Dan, terwijl het
gesprek naar onbereikbare verten glijdt, voel ik dat er ergens
in mijn hoofd een knop wordt omgedraaid. "Dit was het leuke
programma, meneer Moll, nu komt de rest."
    In het toilet treed ik uit. Ik zie mij van bovenaf op de
wc zitten denken hoe ik mij moet bewegen. Ik weet dat er iets
ernstigs op het punt staat te gebeuren. Wanneer ik bijkom lig
ik naast de toiletpot. Met een uiterste krachtsinspanning lukt
het me me te fatsoeneren en ik begin de eindeloos lijkende
reis naar het restaurant, een reis terug naar de wereld 'waar
alles al is gebeurd'.
    "wat zie jij wit", is het laatste wat ik hoor. Wanneer
ik mijn ogen weer open, lig ik op de grond. Een vreemd gezicht
hangt boven het mijne. "weet je waar je bent?" Ik weet het, ik
herken ook de dame uit het restaurant, maar de besturing van
de tong is verdwenen, evenals die van de armen en de benen.
Eenmaal omhoog gehesen weet ik mijn vrienden er snel van te
overtuigen dat we het beste de terugreis kunnen aanvangen.
    Buiten in de koude nacht slaan de hallucinaties toe. De
een nog vreemder dan de ander. Glazen paleizen met duizenden
lichtjes, binnenkanten van reuzentankers die zich kilometers
boven me uitstrekken en opeens ook de Laakkade in Den Haag.
Onderweg in grachten kotsend wankel ik tussen mijn vrienden
naar huis. Van elf uur 's avonds tot drie uur 's ochtends
worstel ik mij op de bank door kuddes kleine beren, tel
myriaden sterren en klim over heuvels met gezichten. De
volgende dag meld ik me ziek. "Voedselvergiftiging", zeg ik
laf. Terug naar het hoofddocument