| Stichting Perfect Fungi Europe - P.O. Box 416 - 6700 AK - Wageningen - The Netherlands |
| diameter | 1 tot 10 centimeter |
|---|---|
| kleur | van creme tot donkerbruin, meestal roodbruin en enigzins hygrofaan (doorschijnend in vochtige toestand) |
| ontwikkeling | de hoed verschijnt als een donkerder gekleurd puntje op een wit bolletje vervolgens laat de hoedrand los van de steel, en gaat de hoed horizontaal staan |
| vruchtvlees | stevig en wit. Bij beschadiging verkleurt het blauw |
| diameter | 0.5 tot 2 centimeter |
|---|---|
| lengte | 5 tot 30 centimeter |
| kleur | wit met soms blauwe tot blauwgroene vlekken |
| verschijning | afhankelijk van het substraat en varieteit hol of massief, soms met een ring er omheen en donker bepoederd met sporen. De steel heeft een satijnachtige glans en is vaak gestreept. |
| verschijning en vorm | Dicht bijeen staand, in het begin verbonden met de steel, maar na enige tijd vrij. |
|---|---|
| kleur | licht bruin / grijs tot diep paars-zwart bij volwassen exemplaren, de rand is lichter gekleurd. |
| verschijning | Aan elk basidium, een spore-producerende cel aan de oppervlakte van een lamel, groeit een trosje van vier sporen. De sporen groeien ieder aan een soort navelstreng sterigma die zich tijdens het rijpen met water vult. Op het moment van sporulatie springt elke streng open en laat zijn spore los. |
|---|---|
| kleur | Roodbruin tot zwart, maar ook rode varieteiten bestaan. In een oplossing van tien procent kaliloog worden ze al snel geelbruin, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vlekplaat of Paneolus. |
| formaat | 12-17 * 8-12 * 7-9 micrometer |
| vorm | Glad, ellipsoid, met een deukje aan de kant die van de lamel af wijst: de kiempore. |
| verschijning | Het gezonde mycelium begint donzig, maar vormt ongeveer een week na het enten zwamdraden: zogenaamde rhizomorfen. Op microscopisch niveau vormen twee monokaryotische mycelia, ieder afkomstig uit een andere spore en in het bezit van een half stel chromosomen, samen een dikaryotisch mycelium. Dit mycelium is in staat om paddestoelen te vormen. De afzonderlijke cellen zijn vaak met elkaar verbonden door middel van zogenaamde gespen. |
|---|---|
| kleur | Wit, maar soms met een blauwe waas - in het bijzonder waar er in gesneden is. Een oudere zwamvlok produceert vaak een gele afscheiding, vooral bij gebrek aan zuurstof. |
| vocht percentage | 92% water, 8% droge stof. |
|---|---|
| oogst potentieel | (Vers) Op PF-substraat circa een kwart van het natte substraat-gewicht. |
| gehalte psycho-aktieve stoffen | Tussen de half en anderhalf procent van het drooggewicht. In de zwamvlok zit veel minder werkzame stof dan in de paddestoelen. In de paddestoelen zelf zitten de alkaloiden vooral in de opperhuid. Er wordt een hogere concentratie aangetroffen in de hoeden dan in de stelen. De hoogste concentratie is aanwezig in de onvolgroeide primordia. |
| Psilocine | Psilocybine | |
| formule | C12H16N2O | C 12H17N2O4P |
| molecuul gewicht | 204.27 | 284,27 |
| smeltpunt in methyl-alcohol | 446-448 ° Kelvin of 173-175 ° Celcius | 485-469 ° Kelvin of185-195 ° Celcius |
| minimale psycho-aktieve dosis | 30 microgram /kilo lichaamsgewicht | 50 microgram / kilo lichaamsgewicht |