Stichting Perfect Fungi Europe - P.O. Box 416 - 6700 AK - Wageningen - The
Netherlands
Hoofdstuk 3: DE INOCULATIE VAN POTTEN PF-SUBSTRAAT
Het zaaien van de sporen in het steriele substraat heet
inoculeren. Koste wat kost moet voorkomen worden dat er ook
maar een bacterie in het substraat terecht komt. Aangezien het
aantal bacterien iedere twintig minuten kan verdubbelen, kan
zelfs de kleinste besmetting een potje binnen een dag
onbruikbaar maken. Het is dus zaak heel secuur te werken. Dat
gaat het gemakkelijkst met behulp van een injectiespuit.
Alleen zo kunnen de sporen buiten een gedesinfecteerde
omgeving steriel worden overgebracht.
3.1. Benodigd
1.    Een sporenspuit per tien 250 ml potten;
2.    een niet roetende vlam;
3.    een schone, stofvrije ruimte;
4.    een kleine thermometer;
5.    een merkstift.
Zorg er voor dat het potdeksel stevig dichtgedraaid blijft.
Vanaf nu mag de pot of het glas niet meer schuin komen te
staan: de droge laag vermiculiet dient als beschermlaag tegen
besmettingen en elke verstoring kan ongewenste bacterien en
schimmels introduceren.
3.2. Procedures
3.2.1. Procedure van inoculatie van een pot
1.   Als je potten met een plastic deksel gebruikt, prik dan
      met een hete spijker vier gaatjes binnen de draairing van
      het deksel;
2.   haal de sporenspuit uit de verpakking en schud de spuit
      gedurende een minuut flink op en neer. Zo verdelen de
      sporen zich in het water;
3.   trek de naaldbeschermer van de naald. Zorg ervoor dat de
      naald niets aanraakt, want dan is hij niet steriel meer;
4.   maak de naald, met de punt naar beneden, in de top van
      een vlam roodgloeiend. Liefst een alcoholvlam -
      aanstekers en kaarsen laten roet op de naald achter. Zelf
      gebruikt PFE een omgekeerd frisdrankblikje en een
      oogdruppelaar met spiritus. Een druppel, geplaatst op de
      holle bodem van het blikje, brandt net lang genoeg om de
      naaldpunt te laten gloeien;
5.   steek de naald door een gaatje in het deksel en tel tot
      dertig. De naald is nu afgekoeld;
6.   pak de spuit nu tussen duim en middel- of ringvinger, de
      wijsvinger op de drukker (niet de duim, want dan kun je
      niet goed doseren). Houd de naald schuin tegen het glas,
      draai de spuit zo dat de opening in de naaldpunt maximaal
      zichtbaar is;
7.   druk er hooguit drie druppels per gaatje uit. Laat die
      langs het glas naar beneden druipen. Op het moment dat de
      eerste druppel zichtbaar is, kun je de vinger van de
      drukker halen. Wacht nog een seconde en trek de naald
      weer terug. Een verstopte spuit is vaak te ontstoppen
      door de spuit iets terug te trekken. Adem zo ver mogelijk
      van de pot of houd de adem tijdens elke injectie in;
8.   haal de spuit na de inoculatie uit het gaatje en maak de
      naald in een vlam roodgloeiend. Schud en verhit de naald
      na elk potje. Verhit iedere keer als de naald ergens mee
      in aanraking komt;
9.   herhaal de procedure vanaf stap 3 tot alle gaatjes in
      alle potten geinoculeerd zijn. Meer dan een veertigste
      deel van de inhoud van een PFE-spuit per gaatje is niet
      nodig.
      Minder kan wel: door heel voorzichtig te druppelen zijn
      er tot veertig potjes uit een sporenspuit te halen. Als
      niet alle inoculant is gebruikt kun je de
      naaldbeschermer, na de naald weer door een vlam gehaald
      te hebben, weer op de naald klikken. Om de naald steriel
      te houden kan de naald beschermer met spiritus worden
      gevuld. Bewaar de spuit in de koelkast;
10.  plak de gaatjes in het deksel nu af met tape (dan kunnen
      verontreinigingen er niet van boven in vallen) en schrijf
      de datum op de potten met een merkstift. Draai het deksel
      eerst vast en dan een heel klein stukje los, zodat de
      zwamvlok kan ademen, en zet de potten in de doorgroeidoos
      (zie paragraaf 3.3.).
3.2.2. De inoculatie van een glas
In plaats van een schouderloze pot kun je ook een glas
inoculeren, wat handig is als je de juiste potten niet bij de
hand hebt. In de pan kun je ze afdekken met aluminiumfolie,
dat vastgehouden wordt door een elastiekje. Het gebruik van
glazen stelt hogere eisen aan snel en hygienisch werken omdat
de afdichting en daarmee de bescherming tegen besmetting
minder goed is dan bij potten met een deksel. Kies je voor
glazen, dan moet je als volgt te werk gaan:
1.   Steriliseer het glas op de voor potten aangegeven manier;
2.   de aluminiumfolie kan blijven zitten: de naald kan er
     doorheen. Leg bij voorkeur een met alcohol schoongemaakt
     en van vier gaatjes voorzien potdeksel over de folie
     heen. Dit voorkomt dat de folie bij het inoculeren
     scheurt;
3.  inoculeer zoals beschreven en plak de gaatjes na de
     inoculatie af met tape. Het is belangrijk dat de laag
     droge vermiculiet zo stil mogelijk blijft liggen. Onder
     geen beding mag het substraat in contact komen met lucht
     van buiten het glas.
3.3. Ontkiemen en doorgroei
Zet de potten of glazen nu in het donker op een stofvrije
plaats uit de zon: de doorgroeidoos. Een hooikist of koelbox
is hier perfect voor geschikt. Leg er een thermometer bij. De
ideale temperatuur is 30 graden bij een luchtvochtigheid van
dertig procent. Een te hoge luchtvochtigheid in de
doorgroeidoos kan in dit stadium bacterie-infecties in gang
zetten.
De cakejes onwikkelen tijdens de doorgroei warmte,
waardoor de temperatuur in de potten vaak groter is dan
erbuiten. Temperaturen boven de veertig graden doden de
zwamvlok. Daarom is het handig een iets lagere temperatuur te
handhaven, bijvoorbeeld 25 graden.
Zorg ervoor dat de temperatuur niet beneden de 16 graden
daalt, want dan stopt de groei. Als het noodzakelijk is de
doorgroeidoos te verwarmen, schijn er dan met een gloeilamp
bovenop. Verhitting van de bodem droogt het substraat snel
uit.
Let er met name bij het controleren van potten op dat je
handen en de omgeving schoon zijn. Houdt de pot altijd precies
rechtop.
Na een halve tot een hele week ontkiemen de sporen en vormen
ze kleine donzig-witte vlekjes, die zich spoedig over het
substraat uitspreiden. De zwamvlok vormt in de tweede week
zwamdraden. Deze versnellen de kolonisatie van het substraat.
3.4. Het nut van een koelkast
Als je de potjes in de koelkast zet, stopt de groei. Dit kan
nuttig zijn als je op vakantie gaat of als er nog geen ruimte
is in de kweekbak (zie hoofdstuk 5). Volledig doorgroeide
potjes kunnen zonder nadelige gevolgen voor de oogst tot drie
maanden bij vier graden celcius worden opgeslagen.
Koude opslag dient te gebeuren voordat de knopvorming is
ingezet, aangezien knoppen en vruchtlichamen in de koelkast
zullen verdrogen en afsterven. Het beste moment voor opslag is
als de potten precies doorgroeid zijn. Gedurende de opslag in
de koelkast is de zwamvlok extra gevoelig voor besmettingen.
Het is daarom verstandig de potjes in een luchtdichte
verpakking te bewaren, zeker als in dezelfde koelkast ook
bederfelijke etenswaren liggen. Terug naar de Kweekhandleiding Door naar het volgende hoofdstuk