Stichting Perfect Fungi Europe - P.O. Box 416 - 6700 AK
- Wageningen - The Netherlands
Hoofdstuk 10: PROBLEMEN EN OPLOSSINGEN
In de lucht zweven miljoenen bacterien en schimmelsporen. Geen
enkele daarvan mag gedurende de periode dat de cake nog in de
pot zit, de pot binnenkomen. Besmettingen concurreren met de
zwamvlok om voedsel. In deze strijd delft de zwamvlok meestal
het onderspit.
10.1. Schimmels, gisten en bacterien
Ongewenste schimmels verraden zich meestal door een andere
kleur dan wit. Meestal zijn ze groen, maar er bestaan ook
rode, roze, gele en zwarte schimmels. Sommige zijn al bij
inademing zeer giftig of kankerverwekkend, vooral enkele roze
en wit-groene schimmels.
Gisten hebben meestal geen kleur, maar zien
er slijmerig
uit. Ook bacterien zijn meestal kleurloos. Ze maken het
substraat slijmerig en ruiken zuur.
10.1.1. Maatregelen
De kleur van de schimmels is vaak de kleur van hun rijpe
sporen. Iedere poging een besmetting te verwijderen leidt
slechts tot de verdere verspreiding ervan. Gooi verdachte
potten of cakejes onmiddellijk weg, maak de getroffen bak
schoon met 20% dettol en kom niet in de buurt van onbesmette
cakejes zonder gedouched en schone kleren aangetrokken te
hebben.
Deze strenge regel is met name belangrijk bij de gele en
groene parasitaire schimmels, die op doorgroeide cakejes en
paddestoelen groeien. Hun sporen zijn zeer plakkerig. Alles
waar ze mee in contact komen is een besmettingsbron.
Een goede hygienische discipline is absoluut
noodzakelijk. De grootste schimmel-epidemieen komen in de
zomer voor, en worden vaak veroorzaakt door de nabijheid van
gft-containers of composthopen.
10.1.2. Besmettingsbron
Als er ondanks alle goede zorgen toch een besmetting
plaatsvindt, is het van belang de bron te achterhalen. Dit
gaat het eenvoudigst met behulp van een vergelijking van de
wel gesteriliseerde, maar niet geinoculeerde potten
('wachtpotten') met de test- en kweekpotten in de
doorgroeidoos. De verschillende mogelijkheden zijn in het nu
volgende schema samengevat:
Situatie A
Hier is er iets mis gegaan bij de sterilisatie. In het
geval van een schimmelinfectie is de vervuiling hier
meestal in de hele pot tegelijk zichtbaar. Als bacterien
de oorzaak zijn, wat in dit stadium meestal het geval is,
ruik je ze als je het deksel iets los draait. Vervuilde
wachtpotten zijn niet bruikbaar als test- of kweekpot. Terug naar 10.1.2. Situatie B.
De vervuiling begint hier doorgaans bovenin de pot en is
gewoonlijk een schimmel. Het beduidt dat de laag droge
vermiculiet niet dik genoeg is. Maak de doos waarin de potten
staan goed schoon met een 20% dettol-oplossing. Breng voortaan
een dikkere laag droge vermiculiet op het substraat aan en/of
houdt de potten rechtop tot ze doorgroeid zijn; Terug naar 10.1.2. Situatie C.
De vervuiling trekt hier dikwijls langs de inoculatiepunten
op. Het betekent dat de naald en/of de inoculant niet schoon
is. Gebruik voortaan een nieuwe spuit en maak de naald tussen
elke twee injecties roodgloeiend. Helpt dat niet, dan is de
inoculant vervuild. Gooi deze weg en maak of koop nieuwe. Terug naar 10.1.2.
10.1.3. Gevaarlijke oude cakejes
Hoe nauwkeurig je ook werkt, uiteindelijk zal elk cakeje het
voedsel worden van ongewenste schimmels. Zeker na de eerste
oogst verzwakt de zwamvlok steeds meer. Tenslotte is ze te
zwak om zichzelf tegen vervuilingen te verdedigen. Besmette
cakejes kunnen de andere in dezelfde bak binnen enkele uren
aansteken. Als er nog paddestoelen op een besmet cakeje staan,
snijd het cakeje dan doormidden. Als de schimmel ook van
binnen zit moet je alles weggooien - zit hij alleen aan de
oppervlakte, dan kun je de paddestoelen nog gebruiken.
Zet cakejes daarom zeker na de eerste oogst
in een
mini-kweekbak voor een cakeje: hoe meer oogsten er vanaf zijn
gekomen, hoe vatbaarder het cakeje voor besmettingen. Zo'n
cakeje is een gevaar voor de nog gezonde. Uiteraard is het
verhuizen van cakejes niet nodig als je al vanaf het begin van
mini-kweekbakken gebruik maakt!
10.1.4. Parasitaire schimmels
De vervelendste besmettingen komen van parasitaire schimmels.
Die beginnen vaak op verzwakte cakejes, maar kunnen binnen
zeer korte tijd ook gezond ogende aanvallen. Hier is niets
anders tegen te doen dan het zeer schoon houden van de
doorgroeiruimte en het wekelijks met een ontsmettingsmiddel
als dettol schoonmaken van de grote kweekbakken.
10.1.5. Insecten
Vooral in de zomer kunnen insecten een probleem vormen. Er
bestaan zogenaamde schimmelmuggen die uitsluitend van
schimmels leven en de cakejes van kilometers afstand kunnen
ruiken. Daarnaast kunnen insecten schimmelsporen
overbrengen. Het beste wapen tegen insecten is een
elektrokutie-lamp: een blacklight die insecten lokt. Als ze te
dichtbij komen worden ze door een overspringende elektrische
vonk gedood. De blacklight zorgt tevens voor de belichting van
de paddestoelen.
10.2. Niet ontkiemen van sporen
Dit probleem kent de volgende mogelijke oorzaken:
1. De inoculant is niet ver genoeg naar beneden gedropen en
is in de droge laag vermiculiet achtergebleven.
Houdt de
punt van de naald de volgende keer precies
onder de laag
droge vermiculiet tegen het glas;
2. de potten waren warmer dan dertig graden toen ze werden
geinoculeerd. Inoculeer pas als ze helemaal
zijn
afgekoeld;
3. de sporenspuiten hebben in de zon gelegen. De sporen zijn
dood;
4. de sporen zijn te oud. De sporen beginnen na circa drie
maanden te degenereren. Na ongeveer anderhalf
jaar zijn
ze onvruchtbaar.
10.3. Vertraagde of gestopte groei van de zwamvlok
Hier is verstikking of uitdroging meestal de oorzaak.
Verstikking is te voorkomen door de deksels niet muurvast
dicht te draaien tijdens de doorgroei.
Beginnende uitdroging is soms te herkennen
aan het
ontstaan van veel condens aan de binnenkant van nog niet
doorgroeide potten. Het is mogelijk dat het deksel van de
stoompan niet goed dicht was of dat de pot na het mixen in een
te warme omgeving heeft gestaan.
Als de cakejes een gele vloeistof afscheiden
staan ze
waarschijnlijk in een te warme omgeving.
Naarmate de cakejes ouder worden kleuren ze over de hele
oppervlakte blauw en worden minder donzig. Dit is geen slecht
teken, maar wel een signaal dat de cake het eind van de
levenscyclus bereikt heeft. Als de cake daarbij droog aanvoelt
en er al twintig a dertig gram verse paddestoelen vanaf zijn
gekomen is hij rijp voor de composthoop of gft-container.
10.4. Geen vruchtvorming
Hoe ouder sporen, hoe groter de kans op degeneratie van de
zwamvlok. Vooral bij sporen van een jaar of ouder komt het
voor dat het cakeje normaal doorgroeid raakt, maar dat de
zwamvlok ongewoon dikke pluimen vormt. Die pluimen bevatten
een normaal gehalte alkaloiden, maar er komen geen
paddestoelen. De beste remedie is opnieuw te beginnen met
verse sporen.
10.5. Vertraagde of gestopte groei van de paddestoelen
Als de knopjes op de cake niet uitgroeien tot volwassen
paddestoelen, kan dat zowel door een overschot als door een
tekort aan water veroorzaakt zijn.
Een teveel aan water is te herkennen aan
donker
gestreepte primordia. Als je er in knijpt komt er veel water
uit. De oorzaak in meestal een oververzadigde grondlaag
vermiculiet. Vervang de vermiculiet door een nieuwe laag en
pluk de slijmerige paddestoelen voor ze een besmettingshaard
worden.
Als er sprake is van een tekort aan water
voelen de
cakejes droog aan. In ernstige gevallen kan zo een cakeje weer
tot leven gewekt worden door het met enkele milliliters schoon
water te injecteren. Controleer tevens of de lucht in de
kweekomgeving vochtig genoeg is: aan de binnenkant van de bak
moet overal condens zichtbaar zijn.
Het komt overigens nooit voor dat alle knopjes tot
paddestoelen uitgroeien. In het begin van de vruchtvorming
maakt de zwamvlok vaak vele honderden knopjes. Paddestoelen
worden slechts die knoppen die onbeschadigd zijn en het meeste
licht, water en voedingsstoffen kunnen opnemen. Knopjes en
primordia bevatten uitzonderlijk veel alkaloiden en kunnen het
best met behulp van een naald geoogst worden.
10.6. Dons en strepen als waarschuwingssignalen
Wanneer de luchtvochtigheid net te laag is, maar niet laag
genoeg om de vruchtvorming te stoppen, groeit er vaak zwamvlok
op de paddestoel-hoeden. Het ziet er uit als wit dons en is
geen vervuiling. Het is evenmin schadelijk voor de kwaliteit
van de paddestoel.
Droog ogende cakes (ze moeten er donzig
uitzien) en
verlepte, geel verkleurde paddestoelen en primordia zijn dat
wel. Ze duiden erop dat de luchtvochtigheid al een paar dagen
te laag is geweest.
Paddestoelen met verticaal gestreepte, holle stelen duiden
vaak op een te natte omgeving. Als dit gebeurt, is de laag nat
vermiculiet op de bodem van de kweekomgeving vaak
oververzadigd met water en moet deze vervangen worden.
10.7. Spichtige paddestoelen
Als de paddestoelen heel dun blijven en de hoeden zich
nauwelijks ontwikkelen kan dat twee oorzaken hebben: een
gebrek aan licht van de juiste golflengte (daglicht of licht
met een golflengte van minder dan 450 nanometer) of een teveel
aan kooldioxyde (gebrek aan beluchting). Meestal is een
verkeerde belichting de oorzaak. Beschijn de paddestoelen met
indirect daglicht.
10.8. Weinig of geen sporulatie
Dit probleem wordt voornamelijk veroorzaakt door een verkeerde
luchtvochtigheid of -temperatuur. De paddestoel 'schiet' de
sporen van de lamellen af en heeft daar waterdamp voor nodig,
alsmede een luchttemperatuur van tussen de vijftien en dertig
graden.
Als dit gebeurt is het nuttig om op het
moment dat de
hoed horizontaal gaat staan nog een keer extra water te
vernevelen en te wachten met het afknippen van de hoed tot er
sporen op de steel zichtbaar zijn. Je kunt extra waterdamp in
de doos spuiten door een hogedruk plantenspuit te vullen met
kokend water en de spuit hard op te pompen.
Een andere oorzaak van het wegblijven van
de sporen kan
vergiftiging zijn. Dit kan worden veroorzaakt door
schoonmaakmiddelen of insecticiden. De beste remedie is
biologisch te kweken. Als je hygienisch werkt heb je deze
middelen niet nodig.
Terug naar de Kweekhandleiding Door naar het volgende hoofdstuk